België @ VN

België bij de Verenigde Naties.

De VN in een oogopslag

Een blik op de VN.

Inleiding

  • Opgericht in 1945 (in San Francisco)
  • 193 lidstaten
  • Oprichtingsakte: Handvest van de VN
  • Secretaris-generaal sinds 2017: Z.E. António Guterres
  • Werkdomeinen: vrede en veiligheid, (duurzame) ontwikkeling, mensenrechten, humanitaire hulp, ontwapening en internationaal recht
  • Zes hoofdorganen: de Algemene Vergadering (AV), de Veiligheidsraad (VR), de Trustschapsraad, de Economische en Sociale Raad (ECOSOC), het Internationaal Gerechtshof en het Secretariaat
  • Meer dan dertig fondsen, programma's, gespecialiseerde agentschappen en verbonden organisaties
  • Zes officiële talen: Engels, Frans, Arabisch, Chinees, Russisch en Spaans
  • Hoofdkwartier: New York, met kantoren in Genève, Wenen en Nairobi
  • Momenteel elf vredeshandhavingsoperaties (+/- 90.000 medewerkers)  

De Verenigde Naties werden in 1945, in de nasleep van WOII, opgericht in San Francisco als opvolger van de Volkenbond. De organisatie werd opgezet met het doel om oorlog tussen staten te voorkomen en te werken aan een veiligere wereld, geënt op stabiele internationale betrekkingen. Vertegenwoordigers uit 51 landen, waaronder België, ondertekenden het VN-Handvest. Daarmee zetten ze zich in om internationale vrede en veiligheid te bewaren en om mensenrechten, betere levensomstandigheden en sociale vooruitgang te bevorderen. Vandaag telt de VN 193 lidstaten die via deze unieke organisatie hun standpunt over een groot aantal onderwerpen kunnen uitdrukken in de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Economische en Sociale Raad en andere organen en comités. De besluiten, normen en operaties van de VN maken een verschil voor miljoenen mensen wereldwijd.

De VN heeft vier hoofddoelen:

  • vrede bewaren in de wereld;
  • vriendschappelijke betrekkingen tussen staten ontwikkelen;
  • staten helpen samen te werken om armoede, honger, ziekte en analfabetisme te overwinnen en respect voor elkaars rechten en vrijheden aan te moedigen;
  • een centrum zijn voor het harmoniseren van de acties van staten om deze doelen te bereiken.
Image
Flags of UN and EU stand in European Council building

Themagebieden

De themagebieden zijn:


Vrede en veiligheid

De Verenigde Naties werd opgericht in 1945 in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. De organisatie kreeg één kerntaak: de internationale vrede en veiligheid bewaren. De VN doet dat door te werken aan het voorkomen van conflicten, partijen in een conflict vrede te helpen sluiten, vredeshandhavers in te zetten en de omstandigheden te scheppen voor een duurzame, voorspoedige vrede. Deze activiteiten overlappen vaak en moeten elkaar versterken om effectief te zijn.

Onder het VN-Handvest heeft de Veiligheidsraad de primaire verantwoordelijk voor het handhaven van internationale vrede en veiligheid. Conflictpreventie gebeurt aan de hand van institutionele opbouw, politieke, diplomatieke of humanitaire acties. De VN is er vaak in geslaagd de lont uit het kruitvat te halen door overeenstemming te bereiken over vreedzame oplossingen. De Veiligheidsraad kan door handhavingsmaatregelen te nemen via zijn sanctiecomités ook druk uitoefenen op een staat, een entiteit of een individu die de internationale vrede en veiligheid bedreigt (zoals het bevriezen van tegoeden, reisbeperkingen of wapenembargo's).

De VN heeft wereldwijd al verschillende veldmissies opgezet in conflict- en post-conflictgebieden, beter bekend als de VN-vredehandhavingsoperaties (UN Peacekeeping Operations of PKO's). Sinds 1948 werden er meer dan zeventig van die operaties georganiseerd, twaalf daarvan zijn momenteel nog aan de gang onder meer in de Democratische Republiek Congo, Zuid-Soedan en Libanon. Dergelijke operaties omvatten uiteenlopende activiteiten, afhankelijk van het mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Ze worden steeds tot in de puntjes uitgewerkt om perfect in te spelen op de noden van het land of gebied in conflict. De VN-lidstaten dragen bij tot deze operaties met financiële middelen, politiemensen en militair personeel.

Die vredeshandhavingsmissies zijn de meest bekende en zichtbare missies van de Verenigde Naties. Ze spelen een belangrijke rol bij het vreedzaam oplossen van conflicten over de hele wereld. Daarbij worden drie beginselen in acht genomen: instemming van de partijen, onpartijdigheid en geen gebruik van geweld (behalve in geval van wettige zelfverdediging of verdediging van het mandaat).

Sinds de eerste vredeshandhavingsoperaties in 1948 zijn hun mandaten verfijnd en beter afgestemd op de steeds complexere conflicten waarmee de VN geconfronteerd wordt zoals burgeroorlogen, jihadistisch terrorisme en geweld door gewapende groeperingen. Geleidelijk aan werden het multidimensionale missies: een vredeshandhavingsoperatie is niet enkel samengesteld uit militair personeel (de bekende blauwhelmen), maar ook uit politiepersoneel en burgers, die het mogelijk maken om een alomvattend antwoord te bieden op alle soorten uitdagingen in een gebied.

De VN focust ook op conflictpreventie en op de transitie van vredeshandhaving naar vredesopbouw om herstelstrategieën uit te werken voor landen die een conflict achter de rug hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om het in goede banen leiden van verkiezingen, capaciteitsopbouw of het versterken van de rechtsstaat. De VN-commissie voor vredesopbouw (PBC of Peacebuilding Commission), een intergouvernementeel adviesorgaan, spitst zich toe op conflictpreventie en ondersteunt vredesinspanningen in landen die uit een conflict komen.


(Duurzame) Ontwikkeling

In september 2000, als sluitstuk van een decennium van grote VN-conferenties en -toppen, kwamen wereldleiders samen op het VN-hoofdkwartier in New York om er de Millenniumverklaring van de Verenigde Naties goed te keuren. Daarin verbonden ze zich tot een wereldwijde samenwerking om extreme armoede uit te roeien en legden ze acht gekwantificeerde doelen tegen 2015 vast, in de volksmond beter bekend als de Millenniumdoelstellingen (MDG's). Die MDG’s golden als een belangrijke leidraad op ontwikkelingsgebied. Ondanks de belangrijke resultaten die werden geboekt met de MDG’s, zoals de inkomensongelijkheid verkleinen, meer toegang tot proper water en basisonderwijs, het aangaan van de strijd tegen hiv/aids en kindersterfte, was de vooruitgang ongelijk en bleven er aanzienlijke verschillen bestaan tussen regio’s en landen.

Op de Rio+20-topconferentie in 2012 kwamen de lidstaten overeen om een proces op te starten om een reeks Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) te ontwikkelen, die moeten voortbouwen op de Millenniumdoelstellingen en aanvullen wat deze niet hebben bereikt. Na drie jaar van planning werden de 193 VN-lidstaten het tijdens de Duurzame Ontwikkelingstop in september 2015 eens over een nieuwe ontwikkelingsagenda. Deze agenda bevat 17 duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (de SDG's of Sustainable Development Goals) en 169 targets of subdoelstellingen. Het goedgekeurde einddocument kreeg de titel ‘Transforming our World: the 2030 Agenda for Sustainable Development’. De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen zijn erop gericht honger en extreme armoede uit de wereld te helpen, de ongelijkheid binnen en tussen staten te verkleinen, gendergelijkheid te bereiken, het waterbeheer en de toegang tot energie te verbeteren en meteen actie te ondernemen om de klimaatverandering tegen te gaan. Ze hebben ook tot doel om de universele mensenrechten te beschermen, de emancipatie van vrouwen en meisjes te bevorderen, vreedzame en inclusieve samenlevingen te bevorderen en sterke publieke diensten uit te bouwen. Ze zijn geïntegreerd, ondeelbaar en streven naar een evenwicht tussen de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: de economische, de sociale en de ecologische.

We moeten benadrukken dat niet enkel regeringen, maar ook belanghebbenden uit de civiele samenleving en de privésector actief betrokken zijn bij dit proces. Bij de goedkeuring van de SDG's werd al gehamerd op het belang van samenwerking: alle stakeholders, zowel publieke als private, hebben hun rol in de uitvoering van de Agenda voor Duurzame Ontwikkeling.


Mensenrechten

De goedkeuring van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) benadrukte nog eens het sterke mensenrechtenengagement van de VN, zoals het van bij de start ook al in het Handvest werd opgenomen. Sindsdien zijn er heel wat brede overeenkomsten gesloten over politieke, civiele, economische, sociale en culturele rechten. Andere belangrijke mensenrechtenverklaringen zijn de Verklaring van Wenen en het bijbehorende Actieprogramma (het hoofdresultaat van de Wereldconferentie over de mensenrechten, die werd gehouden van 14 tot 25 juni 1993) en de Verklaring van Durban en het bijbehorende Actieprogramma (het voornaamste resultaat van de Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en daarmee samenhangende onverdraagzaamheid, die werd gehouden van 31 augustus tot 8 september 2001). Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (het OHCHR of Office of the High Commissioner for Human Rights) – dat zijn oorsprong vindt in de Verklaring van Wenen – biedt expertise en ondersteuning aan de verschillende mensenrechtenmechanismen binnen het VN-systeem. Dit onder meer aan de verdragsorganen, die zijn samengesteld uit onafhankelijke experts, met de opdracht om toe te zien op de implementering van internationale mensenrechtenverdragen door de verdragsstaten. Er zijn tien mensenrechtenverdragsorganen die toezien op de tenuitvoerlegging van de fundamentele internationale mensenrechtenverdragen. Die verdragen bestrijken allerhande mensenrechtenkwesties, onder meer op het vlak van civiele en politieke rechten, economische, sociale en culturele rechten, rassendiscriminatie, en de rechten van vrouwen, kinderen en mensen met een beperking.

Het OHCHR biedt ook wezenlijke steun aan de Mensenrechtenraad, die het levenslicht zag in 2006 als opvolger van de vroegere VN-Mensenrechtencommissie. Dit intergouvernementele orgaan, dat is gevestigd in Genève en samengesteld uit 47 verkozen VN-lidstaten, heeft de taak om de promotie en bescherming van mensenrechten overal ter wereld te versterken en om mensenrechtenschendingen aan te pakken. De Raad hanteert zijn eigen procedures en mechanismen. Zo is er het Universeel Periodiek Onderzoek (UPR of Universal Periodic Review), dat is bedoeld om de mensenrechtensituatie in alle VN-lidstaten onder de loep te nemen. Bovendien werkt de Mensenrechtenraad ook met ‘speciale procedures’. Dit is een koepelterm voor de verschillende mandaten van onafhankelijke experts, speciale rapporteurs en werkgroepen, die thematische kwesties of de mensenrechtensituatie in een welbepaald land monitoren en erover adviseren en rapporteren.

De VN ijveren ook voor de rechten van de vrouw. In 2010 keurde de Algemene Vergadering van de VN de oprichting goed van ‘UN Women’ of VN-Vrouwen, een fusie van een aantal VN-organisaties ter zake. VN-Vrouwen streeft ernaar om de institutionele regelingen voor gendergelijkheid en vrouwenemancipatie te versterken. Kinderrechten zijn een ander voorbeeld van VN-mensenrechtenmaterie, met het VN-kinderfonds UNICEF als drijvende kracht.


Humanitair optreden 

Een van de streefdoelen van de Verenigde Naties, zoals vastgelegd in het Handvest, is "internationale samenwerking tot stand brengen bij het oplossen van internationale vraagstukken van economische, sociale, culturele of humanitaire aard". De VN kwamen voor het eerst in actie in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog om Europa te helpen bij de wederopbouw. De organisatie coördineert nu de humanitaire hulpverlening na rampen van natuurlijke of menselijke oorsprong, vaak in domeinen waarvoor nationale overheden over onvoldoende hulpcapaciteit beschikken.

Via de operationele agentschappen is het humanitaire optreden van de VN gestoeld op een bijstandsstrategie op lange termijn die voorziet in voedsel, onderdak, medische producten en logistieke steun. Het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Hulp (het OCHA of Office for the Coordination of Humanitarian Affairs) heeft de opdracht om de coördinatie tussen verschillende VN-organen ter zake te versterken (in het bijzonder de Hoge VN-Commissaris voor de Vluchtelingen, het VN-Kinderfonds, het Wereldvoedselprogramma en het VN-agentschap voor hulp en werk aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten) om zo het veldwerk te stroomlijnen.  


Internationaal recht

Tot op heden zijn meer dan 190 bilaterale geschillen – zoals territoriale kwesties of non-interventiekwesties – doorverwezen naar het Internationaal Gerechtshof (ICJ of International Court of Justice), een van de zes hoofdorganen van de VN. Daarnaast kwam de vastberadenheid van de VN om straffeloosheid te bestrijden ook tot uiting in de oprichting van verschillende ad-hoctribunalen: voor Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Oost-Timor, Sierra Leone, Cambodja, Rwanda, Joegoslavië en Libanon. In 1998 keurden 120 staten het Statuut van Rome goed, wat diende als wettelijke grondslag voor de oprichting van het Internationaal Strafhof (het ICC of International Criminal Court). Het is het allereerste permanente internationale strafhof dat werd opgericht om straffeloosheid uit te roeien. 124 landen hebben tot op heden het Statuut van Rome bekrachtigd en zijn ook partij bij dat statuut. Intussen zijn er ook al meer dan dertig zaken aanhangig gemaakt voor het Hof. Volgens het Statuut van Rome kan de aanklager een onderzoek starten op basis van een verwijzing door om het even welke staat die partij is of door de VN-Veiligheidsraad. Hoewel het Internationaal Strafhof een onafhankelijke rechtsinstelling is en geen deel uitmaakt van het VN-systeem, heeft het al zaken behandeld die de Veiligheidsraad had doorverwezen (zoals Libië en Darfur).